2e Caraibische Letterendag
*
Edgar Cairo geëerd in Amsterdam
Op 5 september vond in de Openbare Bibliotheek Amsterdam een avond plaats rondom het leven en werk van Edgar Cairo (Paramaribo 1948 - Amsterdam 2000). Uit de grote opkomst bleek wel dat deze schrijver nog volop in de belangstelling staat. Ruim 200 toeschouwers zorgden voor een gevulde zaal. Muziek en videobeelden gecombineerd met voordracht en theaterspel gaven een goed beeld van de schrijver. 'Cairo was zijn tijd ver vooruit.'
Edgar Cairo is slechts 52 jaar geworden, maar liet een groot oeuvre achter. Het typisch 'Cairojaanse' taalgebruik van zijn columns in de Volkskrant deed in de jaren '70 en '80 veel stof opwaaien. De mengelmoes van Surinaams-Nederlands doorspekt met eigen vondsten werd heftig bekritiseerd omdat veel Surinaamse lezers het geen correct taalgebruik vonden. Maar tijdens de Caraïbische avond werd vooral benadrukt dat Cairo daarin juist een voorloper was.
De avond opent met een indrukwekkende theatrale bewerking met fragmenten uit Cairo's teksten, gemaakt door Surinamist Michiel van Kempen en gespeeld door acteur Felix Burleson. Cairo verdedigt zijn (fictieve) proefschrift tegenover vier hoogleraren, gespeeld door vier hoogleraren postkoloniale literatuur: behalve Van Kempen ook Ena Jansen, Pamela Pattynama (door Cairo uitgescholden voor 'krastaya schuurmeid') en Bert Paasman ('u die in uw naam de gristelijkheid met zich meedraagt, uw hersentomtom kan die negerdinges nie vatten!').

Daarna spreekt Noraly Beyer met een aantal mensen die Cairo van dichtbij hebben meegemaakt. Cairo's broer en zus vertellen over hun broertje, zijn lerares Nederlands over haar leerling en een journaliste over de totstandkoming van het hoorspel De smaak van Sranan Libre.
Edgar was een nakomertje in het gezin Cairo. Henriëtte was vier en Arthur zes toen Edgar geboren werd. Henriëtte: 'We woonden in de Kleine Saramaccastraat. Edgar en ik speelden veel buiten met kinderen uit de buurt. Mijn broertje haalde graag kattenkwaad uit, maar mijn vader kwam altijd voor hem op, want hij was vaders lieveling. Het was een koppig jongetje dat goed kon leren.' Het gezin was katholiek, maar Edgar is later van zijn geloof afgestapt. Henriëtte kan dat wel begrijpen. 'We moesten elke ochtend naar de kerk. Iedereen had een kaart waarop de dagen van de maand werden afgestempeld. Als je niet ging, kreeg je straf. Je had geen keuzevrijheid. Als je voor godsdienst een onvoldoende op je rapport had, moest je een jaar overdoen. Dat overkwam Edgar in de zesde klas. Ik denk dat hij later vond dat het christendom hem heel wat leed had aangedaan. Het geloof hoorde bij het kolonialisme en werd gebruikt om zieltjes te winnen, om macht over ons te hebben. Door van zijn geloof af te stappen, zette Edgar zich af tegen de macht van de witte mens.'
Voor zijn broer en zus heeft het werk van Edgar veel betekenis. 'Hij heeft ons wakker geschud', vertelt Henriëtte. 'Hij heeft ons de waarde van zwarten laten zien.' Arthur leest dagelijks de gedichten van zijn broer. 'Het is bijna een studie geworden. Ik probeer zijn gedichten te begrijpen en draag ze hardop aan mezelf voor. Sommige gedichten zie ik echt als een boodschap. Vooral na zijn dood ben ik me in zijn werk gaan verdiepen. Toen Edgar voor de Volkskrant schreef, had ik mijn twijfels. Ik kreeg veel reacties van mensen die zeiden "zo praten we niet". Maar nu zie ik dat hij een voorloper was. Hij heeft geschiedenis geschreven.'
Eva Essed-Fruin, Cairo's lerares Nederlands op de Mulo, kan zich nog goed herinneren dat Edgar opviel door de manier waarop hij teksten kon dramatiseren. 'Na de les waarin ik liedjes van Johanna Schouten-Elsenhout had laten horen, kwam Edgar naar me toe om te zeggen dat hij ook liedjes had geschreven. Hij liet me zijn teksten lezen en ik vond dat daar veel potentie in zat.' Later liet Cairo aan Essed-Fruin het begin van het verhaal lezen waarmee hij debuteerde, de novelle Temekoe. Die was in het Sranan geschreven. Voor Essed-Fruin was het niet van belang dat dat een taal was die als minderwaardig werd gezien. 'Het ging mij erom dat hij creatief was met taal. Hij uitte zich prachtig in zijn moedertaal. Ik vond dat we het moesten laten drukken. Dat is gebeurd toen hij al in Nederland woonde.' Tot op de dag van vandaag houdt Essed-Fruin zich bezig met Cairo's teksten. Ze vindt het tragisch dat hij zich gedwongen zag om in het Nederlands te gaan schrijven. 'Het werk in het Sranan is zo prachtig. We zouden het allemaal weer moeten lezen.'
Lydia Emanuels is nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van het hoorspel De smaak van Sranan Libre, dat Cairo vlak na de decembermoorden schreef. Cairo belde Emanuels na de moorden huilend op. 'De psychische druk werd hem te zwaar. Hij zei dat hij gek werd, dat hij niet kon slapen. Toen heeft hij De smaak van Sranan libre geschreven, in een week tijd, dag en nacht heeft hij gewerkt. Bij de Wereldomroep is het nog dezelfde maand, op 31 december uitgezonden.'
Na de pauze zijn de leden van het forum, bestaande uit theatermaker Maarten van Hinte, kunstenaar/schrijver Michael Tedja, schrijver Abdelkader Benali en - overgevlogen uit Suriname - Rappa, het er allemaal over eens: Cairo was een groot literator die met zijn creatieve taalgebruik grenzen heeft verlegd. De avond wordt swingend afgesloten door de band Sky Dive.
Kirsten Dorrestijn
|